7. Institutionele verandering

7. Inleiding

Instituties spelen een cruciale rol in het initiëren en bewerkstelligen van transities. Zo kunnen zwaar geïnstitutionaliseerde systemen transities dwarsbomen, terwijl andere instituties – of juist de afwezigheid daarvan – innovaties flink kunnen aanjagen. Hoewel er geen eenduidige definitie van het begrip instituties bestaat, worden ze veelal gezien als de rules of the game. Deze regels – formeel gezien als wetten en regels en informeel als normen en waarden – vinden betekenis bij het faciliteren en coördineren van interactie tussen individuen en organisaties. Daarbij brengen ze verschillende mogelijkheden, beperkingen en voorwaarden met zich mee, die uiteindelijk de effectiviteit en levensduur van transities kunnen beïnvloeden. De games worden veelal gespeeld in verschillende politieke, economische en maatschappelijke arena’s, maar vaak ook daartussen.

De vraag die in deze categorie centraal staat is op welke manier institutionele verandering kan bijdragen om een betere aansluiting op gewenste transities te realiseren. Enerzijds is institutionele verandering een reactie op technische en maatschappelijke veranderingen, maar tegelijk kunnen deze veranderingen op hun beurt institutionele verandering teweegbrengen. KEM’s in deze categorie horen bij deze dubbele dynamiek en bieden inzicht in het gedrag van instituties, om te bepalen welke institutionele arrangementen het beste kunnen aansluiten op welke maatschappelijk vraagstukken.

KEM’s helpen daarom bij vragen als: hoe kunnen middelen van beleid en regelgeving worden ingezet om transities te begeleiden? Hoe ontwerp je de bijbehorende organisatie, netwerkregels, en gedrag? Welk leiderschap is gewenst in transities? Maar ook: welke institutionele arrangementen zorgen ervoor dat transities spontaan kunnen plaatsvinden en vervolgens autonoom voortbewegen? Hoe om te gaan met nieuwe vormen van governance als netwerk- en zelfbestuur? En wat zorgt uiteindelijk voor maatschappelijke acceptatie van transities?